user_mobilelogo

menu knop terug

Filmclub Brunssum, donderdag 24 september 2020

De camera is de uitgesproken vormgever van het filmbeeld. Met praktische kennis en doelbewust hanteren van de camera kan je de beeldvormgeving volledig beheersen en daarmee de expressie van de opnamen belangrijk versterken. Voor praktische kennis moeten we eerst enkele camera-instellingen en hun functies wat nader bekijken en zullen we daarna dieper ingaan op het gebruik van de camera als vormgever.

Licht instellen met diafragma, belichtingstijd en ISO-waarde/gain

Een van de meest elementaire camerahandelingen is het licht instellen voor de juiste belichting van het onderwerp. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn hoe dat licht instellen tot stand komt.

01 camera vormgeverRond 1880, toen er nog geen sprake was van bewegende beelden, ontdekte de Britse fotograaf Muybridge dat, als je een opeenvolgende serie foto’s van een galopperend paard met een korte onderbreking snel achter elkaar toont, de illusie van beweging ontstaat. Met dit principe werken nog steeds onze video- en foto/film camera’s, maar nu met nauwkeurige instelmogelijkheden van licht en kleur.

 

Voor onze camera’s is de standaard beeldfrequentie 25 beelden/sec. De beweging van iedere seconde wordt aldus in 25 aparte stilstaande filmbeelden (foto’s) opgenomen. Als we die beelden zouden blootstellen aan een constante ononderbroken lichtstroom, dan zouden er slechts lichte vormeloze strepen zichtbaar zijn. Door nu de lichtstroom te onderbreken, ontstaan er de beelden (foto’s) die je, afhankelijk van de onderbrekingstijd, donkerder of lichter kan maken. Dat is de belichtingstijd of sluitertijd. De sterkte van de lichtstroom stel je in met de variabele lichtopening in de lens, het diafragma. Voor de belichting van elk filmbeeld zijn dus belichtingstijd en diafragma verantwoordelijk.

 

 

 

02 camera vormgeverDe opening van het diafragma wordt weergegeven met waarden tussen f1.4 en f16. (zie afbeelding). De kleinste waarde f1.4 (grootste diafragmaopening) bepaalt de lichtsterkte van een lens en verschilt per type cameralens. Een lichtsterke lens kan in slechte lichtomstandigheden een goede hulp zijn om toch goed belichte opnamen te maken.

De belichtingstijd geeft aan hoe lang de elektronische sluiter geopend blijft met waarden van 1/6 sec. oplopend tot 1/5000 sec. en soms nog korter. De standaardinstelling is 1/50 sec. Het veroorzaakt een lichte bewegingsonscherpte in ieder afzonderlijk beeld.

Bij de projectie zorgt die lichte onscherpte voor een vloeiend verloop van de bewegingen terwijl door de snelle opeenvolging van de beelden (25 bld/sec) de toeschouwer toch de illusie krijgt, alles scherp waar te nemen.

De instelbaarheid van diafragma en sluitertijd maakt tal van belichtingscombinaties mogelijk bij een gelijke lichtsituatie. Vergroot of verkleint de diafragmaopening dan moet voor de juiste belichting ook de belichtingstijd korter of langer zijn. Met een korte belichtingstijd van bijv. 1/250 sec. kan je de beweging in elk filmbeeld ‘bevriezen’ zoals de druppels van een fontein, de bewegingen van een atleet of de sprong van een paard over een hindernis. Een slow motion opname (hoge beeldsnelheid) maakt dat duidelijk zichtbaar. Een langere belichtingstijd van bijv. 1/12 of 1/6 sec. maakt bewegingen vegerig onscherp en minder herkenbaar waardoor er een soort fantoomeffect ontstaat. Het kan in bepaalde opnamen de vorm van een beweging dramatisch versterken.

Als je in situaties met weinig licht het diafragma niet verder kan openen, heb je met de foto/filmcamera de mogelijkheid de ISO-waarde te verhogen en kan je met de videocamera de gain versterken. Met de ISO-waarden 100, 200, 400, 800, 1600 enz. verander je de lichtgevoeligheid van de sensor. In de videocamera is de lichtgevoeligheid van de sensor niet instelbaar, maar worden de beelden met de ga in waarden: 3 dB, 6 dB, 9 dB, 16 dB, 32 dB helderder gemaakt nadat ze zijn gevormd door de sensor. Met het verhogen van de ISO-waarde en de gain kan de beeldruis wel toenemen.

Is er te veel licht om het diafragma ver genoeg te openen, bv. om de scherptediepte te verkleinen, dan kunnen neutrale grijsfilters (ND filters) uitkomst bieden. Grijsfilters met verschillende grijswaarden vind je in bijna alle videocamera’s.

Frontaal licht, tegenlicht, strijklicht, zijlicht, diffuus licht, lichtcontrasten

Hand instellen van de belichting maakt sferen en stemmingen mogelijk door over of onder te belichten. Tegenlicht, strijklicht en harde of zachte lichtcontrasten krijgen hun karakteristieke sfeerwerking door de juiste lichtinstelling en zijn het bovendien sublieme dieptewerkers. Dieptewerkers en hun functie bespreken we verderop nog.

Het vraagt aanvankelijk enige oefening om de verschillende soorten licht te herkennen. Dat kan fel zonlicht zijn met harde schaduwen, of zacht diffuus licht onder een bewolkte hemel. De richting van het licht kan zorgen voor frontaal licht, tegenlicht, strijklicht of zijlicht.

Er doen zich voortdurend situaties voor waarin het onderwerp omgeven wordt door te lichte of te donkere beeldpartijen. Automatische belichting leidt in vrijwel al die gevallen tot over- of onderbelichting van het onderwerp. Enkele bekende voorbeelden zijn: een gebouw tegen een heldere lucht, fel verlichte glas in lood ramen in een kerk, een persoon tegen een lichte achtergrond of het bladerdak van een boom waar de felle zonnestralen doorheen filteren.

Om de belichting goed te kunnen beoordelen, is het aan te bevelen de zoeker van de camera te gebruiken omdat het oog dan niet wordt beïnvloed door het omgevingslicht.

Gebruik je het LCD- scherm van de camera of een losse beeldmonitor dan moeten die in de oorspronkelijke neutrale helderheidstand staan. Vergelijk het licht in de camerazoeker steeds met het werkelijke licht. Een belichtingsindicator in de zoeker kan een effectief hulpmiddel zijn om het gewenste licht te bepalen en vooral onbedoeld overbelichten van het onderwerp te vermijden. Overbelichte delen zonder detailweergave zijn achteraf in de montage niet te corrigeren.

Kleur van het licht (witbalans)

Het menselijk oog is in staat om wit ook als wit te interpreteren in verschillendeHet menselijk oog is in staat om wit ook als wit te interpreteren in verschillendeomgevingskleuren. Een vel wit papier blijft wit zowel in zonlicht als bij kunstlicht. De video- offotocamera kan dat niet en zoekt uit de omgevingskleuren een gemiddeld wit om deverschillende kleuren RGB (rood, groen, blauw) te kunnen definiëren. Veranderen deomgevingskleuren, dan verandert voor de camera ook het gemiddelde wit. In deautomatische witbalans-stand blijft de camera voortdurend zoeken naar dat gemiddelde wit.

Naast de automatische witbalans-stand hebben de meeste camera’s ook nog vasteinstelmogelijkheden voor kaarslicht, lamplicht, Tl-licht, zonlicht, bewolking, schaduw, enz. Hetzijn instelwaarden voor binnen- en buitenopnamen. (kleurtemperaturen van ca. 1200 tot7500 gr. Kelvin). De vaste waarden voldoen niet altijd bij zonlicht en kunstlicht. Handmatiginstellen van de witbalans (witten) geeft dan meestal natuurlijker kleuren. De camera moet dekleur van het licht meten dat in de opname op het onderwerp valt. Het is sterk aan te radende kleuren in de zoeker steeds met de werkelijke kleuren te vergelijken!

Handmatig witten gebeurt met wit papier of grijskaart beeldvullend voor de lens. Wit en grijs(wit/zwart) zijn de perfecte verzamelkleuren van RGB (rood, groen, blauw) Het gereflecteerdelicht van wit papier of grijskaart wordt door de camera gezien als wit licht en zullen allekleuren bepaald worden met dat wit als verzamelkleur. Is de gereflecteerde kleur niet wit alsgevolg van bijvoorbeeld overmatig blauw van een strakblauwe hemel, of groen tussen bomenen in het gras, dan zullen alle kleuren als gevolg van dat verstoorde wit een verschuivingvertonen met soms grote kleurafwijkingen als resultaat.

Vrijwel alle video- en foto/filmcamera’s hebben de mogelijkheid de Kelvinwaarde in stappen van 100 graden hoger of lager in te stellen. Het maakt witten met wit papier of grijskaart overbodig. Je kan de kleuren heel nauwkeurig instellen of zelfs bewust ‘kouder’ of ‘warmer’ maken voor een bepaalde sfeer in de opnamen. Ook zijn de mengkleuren van binnen- enbuitenlicht beter in balans te brengen. Bovendien is het mogelijk de kleuren van verschillendetypen camera’s beter gelijk te leggen. Correct instellen van de witbalans kan veel tijdrovendekleurcorrecties bij de montage voorkomen en daarmee de vermindering van de beeldkwaliteitdie daar het onvermijdelijke gevolg van is.

Het zal intussen duidelijk zijn dat je met de automatisch ingestelde camera veel opnamen technisch niet correct kunt maken. Een goede reden om meer vertrouwd te raken met die specifieke handinstellingen van de camera.

Na bovenstaande technische uitleg over camera-instellingen van licht en kleur gaan we nu nader in op de inhoudelijke vormgeving van de opnamen.

Fotografische beeldvorm (compositie)

In de fotografie en in de film speelt de fotografische beeldvorm een essentiële rol en wordtIn de fotografie en in de film speelt de fotografische beeldvorm een essentiële rol en wordtbepaald door de begrenzing van het beeldkader, de beelduitsnede en de beeldcompositie.Kijken we van de ruimtelijke werkelijkheid om ons heen naar het beeld in de zoeker van decamera, dan snijdt het beeldkader maar een klein deel uit die werkelijkheid en doet dat ooknog met slechts twee dimensies: hoogte en breedte. Goed beschouwd, blijft er van dewerkelijke waarneming maar weinig over. Maar het is nu juist de begrenzing van hetbeeldkader die het mogelijk maakt het beeld volledig naar eigen inzicht in te vullen. Tebeginnen met de ontbrekende derde dimensie, de diepte. Die kan je suggereren metdieptewerkers. Voorgrondvullingen, lijnvormen, tegenlicht, strijklicht, lichtcontrasten en eenkorte scherptediepte zijn van die dieptewerkers. Met de beelduitsnede kan je precies bepalenwat je de toeschouwer wilt laten zien. Dat kunnen totalen, half-totalen en close-ups zijn. Indie uitsneden moeten de beeldcomponenten een juiste plaats krijgen en wel zodanig dat detoeschouwer direct ziet waar het om gaat. Je kan de aandacht sturen en relaties leggentussen verschillende beeldelementen. De beeldcompositie speelt daarin een cruciale rol.

03 camera vormgeverIn de beeldcompositie maken we gebruik van het kijkgedrag van onze toeschouwers. We plaatsen het onderwerp in een punt van het beeld waar de toeschouwer het eerst naar kijkt als hij met zijn ogen het beeld aftast. Dat is een van die vier snijpunten die ontstaan alswe het beeld opdelen in drie gelijke horizontale en verticale vlakkenvolgens de ‘regel van derden’. (niet te verwarren met de ‘gulden snede’)

 

Horizontale lijnen in de opname geven een gevoel van rust en stabiliteit. Verticale lijnen kunnen kracht en dominantie oproepen bv. hoge gebouwen en bomen. Vrijwel alle video- enfotocamera’s hebben de mogelijkheid om via het menu die hulplijnen zichtbaar te maken in de zoeker en op het LCD scherm. Het is een doeltreffend hulpmiddel bij het bepalen van compositievormen.

Buiten het vaste stramien van de ‘regel van derden’ spelen ook andere lijnvormen in decompositie een grote rol bij het samenstellen van de beeldinhoud. Dat kunnen lijnen zijn die de perspectief benadrukken, een gebogen structuur hebben, of diagonalen vormen. Het zijn denkbeeldige lijnen die niet alleen diepte kunnen suggereren of de aandacht sturen, ze kunnen ook relaties leggen tussen personen onderling of personen met gebeurtenissen waardoor de beelden een boodschap kunnen overbrengen. Het vereist wel wat oefening om die lijnen te gaan ‘zien’, maar na enige tijd ontstaat er een onbewuste gewenning en is werken met die denkbeeldige lijnen een automatisme geworden. Daarmee kan de expressieve kracht van de filmbeelden sterk toenemen.

 

Scherpstellen

04 camera vormgeverMet video- en foto/filmcamera’s is het meestal mogelijk het scherpstelvlak te bepalen zowel in grootte als depositie in het beeld. In de automatische scherpstelstand kiest de camera alleen het midden als scherpstelvlak.

Dat gaat in het groothoekstand van de lens (afb. boven) meestal wel goed, maar zodra je een telestand gebruikt (afb. midden), kan het onderwerp net buiten het scherpstelvlak vallen. Voor kritisch scherpstellen is het daarom aan te raden de functie op handmatig in te stellen, zoom dan in op het onderwerp en druk op de‘Push AF’ knop (autofocus) om scherp te stellen.

 

 

 

 

05 camera vormgeverZodra je de knop loslaat, keert de functie van de handmatige scherpstelling weer terug en kun je uitzoomen voor de gewenste beelduitsnede. Als je dan tijdens de opname wilt inzoomen, zal het onderwerp tot aan het einde van de inzoom scherp gesteld blijven.

 

 

 

 

 

06 camera vormgeverHandmatig scherpstellen kan natuurlijk ook met de scherpstelring. Je verplaatst daarmee het gebied van de scherpte naar voren of naar achter. Met een kortescherptediepte is dat een scherpteverlegging of focus-pull. Scherpstellen met HD en UHD resoluties is uiteraard ergkritisch. Daarom zijn camera’s met die hoge resolutiesuitgerust met geavanceerde scherpstelfuncties. De grootte van het scherpstelvlak is instelbaar en te verplaatsen naar het onderwerp. Dat maakt het mogelijk een detail in het beeld uiterst nauwkeurig scherp te stellen.

 

 

Zoomfunctie

In de beginjaren vijftig van de vorige eeuw verscheen de lens met het variabele brandpunt, de zoomlens. Daarmee kwam er een einde aan het voortdurende wisselen van de vaste brandpuntlenzen voor de verschillende beelduitsneden (normaal, groothoek, tele). Maar de zoomlens verleidde ook cameralieden tot minder nuttig gebruik. In- en uitzoomen naar willekeur zonder enig doel brengt de toeschouwer in verwarring, kan de aandacht zelfs afleiden van de beeldinhoud.

De zoomlens heeft met het traploos kunnen instellen van het brandpunt een aantal bijzonderfunctionele en creatieve toepassings mogelijkheden. In- en uitzoomen, wekken de indruk dat we het onderwerp naderen of ervan af bewegen. Inzoomen is als een uitdrukkelijke vingerwijzing en vestigt de aandacht op een detail van een persoon of onderwerp. Uitzoomen onthult de omgeving waarin een persoon of onderwerp zich bevindt.

De groothoekstand versterkt de dieptewerking en kunnen beeldlijnen functioneren als indrukwekkende dieptewerkers. Het is als een soort schokdemper ook een prima hulpmiddelom uit de hand te filmen. Bovendien zijn de beelden vrijwel altijd scherp door de grote scherptediepte.

De telestand drukt alles in elkaar doordat de gevels dicht op elkaar lijken te staan en mensen opeengepakt door de straat bewegen. De telestand kan licht- en kleurcontrasten benadrukken en accenten in de diepte leggen. De korte scherptediepte van de telestand in combinatie met een grotere diafragmaopening biedt de mogelijkheid om een detail weer te geven in een onscherpe voorenachtergrond. Het is een functioneel creatieve beeldvorm waarin het onderwerp ‘los uit zijn omgeving’ de volle aandacht krijgt. Het is in films een veel gebruikt uitdrukkingsmiddel. De korte scherptediepte van de telestand maakt scherpstellen wel beduidend kritischer.

Handheld camera

Dynamiek en flexibiliteit zijn de uitdagende knipoogjes van de handheld camera. Door de Dynamiek en flexibiliteit zijn de uitdagende knipoogjes van de handheld camera. Door degrote bewegingsvrijheid kan je snel op onverwachte gebeurtenissen reageren. Dat kan nodig zijn in drukke steden, markten, recepties, optochten, processies en meer van die gelegenheden. Gecompliceerde camerabewegingen die met het statief niet kunnen, zijn met de handcamera wel goed mogelijk zoals meelopen met, toelopen naar en teruglopen van het onderwerp of om het onderwerp heen bewegen. De opnamen krijgen daardoor zo’n sterk subjectief karakter dat de toeschouwer het gevoel krijgt mee te bewegen en zelf deelneemtaan de gebeurtenis.

De groothoekstand van de lens en de ingeschakelde steadyshot-functie zijn prima. De groothoekstand van de lens en de ingeschakelde steadyshot-functie zijn prima schokdempers voor stabiele beelden als je met de handheld camera werkt. Blijft er toch nog een lichte onstabiliteit van de camera over dan valt die niet of nauwelijks op als er beweging in het beeld is. Voor kleinere beelduitsneden zoom je liever niet in maar ga je naar het onderwerp toe. Als je voor de cu’s van bijv. statische onderwerpen toch moet inzoomen, kan een zandzakje voor rotsvaste beelden zorgen.

Dat de handheld camera al sinds decennia aan een grote opmars is begonnen, laten talloze Dat de handheld camera al sinds decennia aan een grote opmars is begonnen, laten talloze speelfilms en documentaires zien. Producties, vrijwel volledig gefilmd met de handheldcamera, zijn eerder regel dan uitzondering. Het is ook juist daarom dat camerafabrikanten hun camera’s uitrusten met geavanceerde technieken die ongewenste (lichaam) bewegingen zoveel mogelijk moeten dempen. Fysieke hulpmiddelen om de handheld camera nog verder te stabiliseren zijn er in diverse maten en soorten, van de kleine handzame gimbal voor de fotocamera’s tot de steadycam voor grotere videocamera’s.

Veel plezier met de workshop Cameratraining.

Ton Polman

Image Alt

uw-advertentie

Hier kan uw bedrijfsnaam staan.

View more
Image Alt

uw-advertentie

Hier kan uw bedrijfsnaam staan.

View more
Image Alt

uw-advertentie

Hier kan uw bedrijfsnaam staan.

View more